Omdat het science fiction is?


Foto. Twee mannen die elkaar niet kennen omarmen elkaar in het Hopper-achtige neonlicht van een tankstation op een koude nacht, ver buiten een grote Amerikaanse stad in de toekomst. Eén van hen huilt.


Waarom noemen we Philip K. Dick een science fiction schrijver? Waarom kleven we dat label op hem?

Waarom noemen we hem niet gewoon schrijver, en roemen we hem niet als de Amerikaanse Kafka?

Mij lijkt hij niet geïnteresseerd in science fiction, niet zoals William Gibson, Star Trek of Star Wars dat zijn. Als hij elementen uit de toekomst laat figureren, dan vooral om vervreemding vandaag te schetsen, ons te laten zien hoe we nu al dreigen onszelf te verliezen, verloren lopen - als mens, als samenleving.

Hij geeft er niet om dat auto’s later zouden kunnen vliegen.

‘Flow my tears, the policeman said’ (1974) is een verhaal over rouw en verlies. Een weergaloze vertelling over hoe dingen anders hadden kunnen lopen als we maar… Over hoe mensen en levens ons door de vingers glippen.

Wie weet ligt de dimensie waar het allemaal net anders liep wel vlak bij ons.

Het is jagged, ja, hoekig, onregelmatig, rauw. Met, plots, pagina-lange dialogen. Niet zo elegant als Androids of Castle, zeker niet. Maar dat hoeft allemaal niet.

Dit is de derde die ik van hem lees, en weer vertoefde ik in een andere dimensie met mensen van vlees en bloed die verrassend dichtbij stonden om een diepe indruk te laten.

Ik vind hem, opnieuw, hyper relevant vandaag.

So I ask, in my writing, What is real? Because unceasingly we are bombarded with pseudo-realities manufactured by very sophisticated people using very sophisticated electronic mechanisms. I do not distrust their motives; I distrust their power."
- Philip K. Dick, "How to Build a Universe That Doesn't Fall Apart Two Days Later"

Len, trailer

BoekenMarathon BoekenBeurs2020