Spotify schotelde me zomaar een nummer voor dat récht uit mijn kinderjaren kwam. 

Na enkele noten keek ik naar mezelf als twaalfjarige in kleermakerszit, op de grond, achter de schouw in de woonkamer, hoofdtelefoon op, net als nu. Alleen was ik toen aan de platenspeler gekluisterd, en ver weg. 

Ik draaide ‘Running in the Family’ grijs, kon snel elke song uit het hoofd, woord per woord. Fluisterde mee tot mijn vader er gek van werd.

Wat een bijzonder afgezonderd kind was ik.

Zo gesloten dat ik geen besef had van hoe gelukkig of ongelukkig ik was. Aan de buitenkant leek alles vast gewoon, maar wat had ik graag gehad dat iemand af en toe contact met me had gemaakt. Of dat had geprobeerd. Ik had waarschijnlijk onbegrepen gekeken.

Ik denk dat ik daarom schrijf. Ik ben nog steeds aan het terugkeren.

Hallo, Gerrit aan aarde.